Interview Freek de Bruijn “In de Josephbuurt is altijd veel gezelligheid”

“Ik ben in 1943 geboren in de Josephstraat 21 in een gezin met 12 kinderen. De Josephbuurt was een echte volksbuurt met grote gezinnen en iedereen was bij elkaar betrokken. We stonden allemaal voor elkaar klaar in tijden van nood. Helpen waar je helpen kon. Als de buurman ziek was, sprong moeder bij en ging ze de was doen, ondanks haar eigen grote gezin. Of als een gezin even krap bij kas zat, dan droegen de buren een steentje bij. Zo was het ook heel normaal dat de kinderen in het gezin meehielpen, want je voedt elkaar op. Het was een gezellige volksbuurt en iedereen was gelijk.

 We gingen met alle kinderen in de straat naar dezelfde school, de St. Aloysiusschool in de Spieringstraat. En op zondag ging bijna iedereen naar de Kleiwegkerk. De meester van school en de pastoor kwamen ieder jaar ook even thuis op bezoek. En als we vrij waren, gingen we buiten spelen. Omdat er geen auto’s waren, kon je overal spelen. Knikkeren, tollen, voetballen of hoepelen… En we haalden ook wel eens kattenkwaad uit. Iedereen in de buurt had wel ontzag voor de politie. Als je kattenkwaad had uitgehaald, dan stond er wat te wachten als je thuis kwam!

 Veel mensen hadden het vroeger niet breed. Maar misschien was juist daarom iedereen heel gelukkig als je bij elkaar was. Vooral feestdagen in de buurt waren altijd gezellig. Kerst, Sinterklaas en de kermis waren altijd grote feesten. Met Koninginnedag werd de hele straat versierd. Dan gingen we met de hele buurt op versierde fietsen naar de markt voor het stadhuis, om het Wilhelmus te zingen. Er werd ook van alles georganiseerd en de avondvierdaagse liep je met de hele straat.

 Ik heb een fijne jeugd gehad in de Josephbuurt en kijk daar met veel dankbaarheid op terug. Eensgezindheid was de standaard. Je maakte een praatje met elkaar en er hing altijd uit een touwtje uit de brievenbus zodat je bij elkaar naar binnen kon. En je fiets … die kon je gewoon buiten laten staan zonder hem op slot te zetten. Dat kun je je nu bijna niet meer voorstellen.”

Heeft u een vraag?